Ed voelt zich gezien op dagcentrum de Plataan

Wie Ed ziet schilderen, ziet vooral focus. Wat je níet ziet, is de drukte in zijn hoofd en de strijd met prikkels die hem al zijn hele leven achtervolgt. Bij SDW vindt hij de ruimte om te ademen, te creëren en te groeien.

Ed zit aan zijn schildertafel. Uit de speaker van zijn cd-speler klinkt rustgevende muziek, terwijl hij zijn penseel over het papier laat gaan. “Ik zoek altijd naar iets bijzonders”, vertelt hij. Ed is 56 jaar. Geboren en getogen in Roosendaal. Normaal begaafd, maar zwaar autistisch. Hij zegt het zonder omwegen: “In mijn hoofd is het vaak druk, dat is soms heel zwaar. Ik moet snel weg als er te veel prikkels zijn.” Sinds zijn achtste lukt het hem niet meer goed om in groepen te zitten. “Eigenlijk is het bijzonder wat ik allemaal nog kan, als je bedenkt hoe zwaar ik autistisch ben”, concludeert hij zelf.

Schilderen als ankerpunt

Bij SDW vindt Ed rust in wat hij het liefste doet: schilderen en fotograferen. Zijn stijl is vlekkerig, sprookjesachtig. Hij noemt Anton Pieck, Jopie Huisman en de Efteling als inspiratiebronnen. “Niet de achtbanen hoor, maar het Sprookjesbos. De betovering. Dat vind ik prachtig.” Hij heeft inmiddels meer dan veertig schilderijen gemaakt: portretten, stillevens, rauwe beelden.

Tien jaar geleden fotografeerde hij een verroest pianowrak op een kerkhof. “Een beetje apart misschien, maar wel interessant.” Inmiddels is hij alweer enkele maanden bezig met het naschilderen van de foto. Soms maakt hij ook foto’s van mensen die niet lang meer te leven hebben. “Maar alleen als ik ze goed ken. Dat voelt dan als iets moois dat ik voor iemand kan doen.”

Lastig contact maken

Als je Ed vraagt hoe hij zijn tijd bij SDW beleeft, denkt hij even na. “Ik heb hier veel meegemaakt.” Hij vertelt hoe lastig contact voor hem kan zijn. Toch voelt hij zich bij SDW gezien. “Ze brengen altijd koffie en thee, en ze maken een praatje. Als iemand verdrietig is, krijg je hulp. Dat vind ik fijn.” Hij glimlacht. “Dan voel ik me meteen beter.”

Met sommige andere cliënten heeft hij een hechte band. Vooral met Jos. “Jos kan goed tekenen. Soms komt hij bij mij zitten. Hij neemt dan zijn potloden mee. Dan zitten we gewoon samen. Dat is fijn.” Maar verder is Ed graag op zichzelf. Te veel geluid maakt hem moe. Als het hem te veel wordt, gaat hij naar huis. Dan neemt hij een druivensuiker en zoekt bewust de rust op. Bij SDW zijn ook rustruimtes, maar Ed zoekt zijn rust liever thuis op.

Leren, groeien en thuiskomen

Voorheen had Ed bij SDW zijn eigen kamer. Met de wijzigingen op de Plataan zijn ook nieuwe groepsindelingen gemaakt. De begeleiding zag daarbij mogelijkheden voor Ed om mee te draaien op de groep, wel met de juiste randvoorwaarden. Dat was voor hem best even wennen, maar gelukkig is Ed steeds meer gewend aan de groep. Hij kan aanhaken bij de groep, maar ook de rust zoeken als hij dat nodig heeft. Dat zien ook de begeleiders: Ed haalt gezelligheid uit de groep, die hij eerst niet had. “Het is wel fijn dat ik op de groep mijn eigen hoekje heb met mijn eigen spulletjes”, vertelt hij. Met plezier laat hij zijn schilderspullen en kunstwerken zien.

Zijn dagen bij SDW zijn overzichtelijk: schilderen, kleine huishoudelijke taken, even naar buiten. Alles op zijn tempo. “Ik moet me echt concentreren op de taken die ik doe. Dat lukt me bij SDW gelukkig.” Wat hij het mooiste vindt? Dat het hier veilig voelt. “Bij SDW praten mensen met je. Ze begrijpen je. Ze laten je even alleen als het moet, maar ze zijn er wel.” Hij pakt zijn penseel weer op en kijkt naar zijn doek. “Hier mag ik mezelf zijn en dat is fijn.”